Tuesday, 29 April 2014

Mediawijsheid #1: Wat is Privacy


de privacy zelfst.naamw. (v.)
Uitspraak: [ˈprɑjvəsi]

persoonlijke vrijheid en het recht om geen last te hebben van andere mensen

pri·va·cy (de; v(m))
1
de mogelijkheid om in eigen omgeving helemaal zichzelf te zijn

Het is bijna onmogelijk om een serieus gesprek over het internet en de digitale samenleving te hebben zonder het woord privacy in de mond te nemen. Het is dan ook al meerdere keren in de cursus Mediawijsheid 2013-2014 langs gekomen, en er worden zelfs hele colleges aan privacy op het internet besteed. Mijn vraag is echter wat privacy nou precies in houdt. In deze blog zal ik duiken in het vaak gebruikte, maar vrijwel nooit gedefinieerde woord privacy.

Wat is privacy?
De meest algemene definitie is privacy als het recht om vrij te zijn van "interference or intrusion" (1). Privacy is het recht om met rust gelaten te worden (2). Dit hangt samen met het idee dat een persoon recht heeft op een ruimte om zich heen, om zich daarin vrij te kunnen bewegen en zich kan gedragen naar wens, zonder geobserveerd te worden. Wat allemaal tot deze persoonlijke ruimte wordt geteld verschilt over verschillende visies. Het moge duidelijk zijn dat privacy altijd iets te maken heeft met het recht voor een individu, een persoon, om niet gestoord te worden op een bepaalde manier. Er kunnen verschillende sferen van privacy uiteengezet worden. In de onderstaande afbeelding heb ik de verschillende soorten van privacy in vieren gedeeld.

Afbeelding 1. Verschillende soorten van privacy

Het is te veel voor deze blog om diep op al deze vier soorten van privacy in te gaan. Ik zal in de afbeelding hieronder deze vier soorten kort toelichten.

Afbeelding 2. Soorten privacy met toelichting
Privacy en het internet - informationele privacy
Tot voor kort had informationele privacy vooral betrekking op de bescherming van gegevens van medische patiënten, stemgedrag, en financiële gegevens. Informationele privacy houdt het recht in om zelf de persoonsgegevens in handen te hebben; een persoon kan dus zelf bepalen wie toegang krijgt tot de persoonsgegevens en in welke mate. Waar vroeger deze gegevens werden bewaard in papieren dossiers, worden nu alle gegevens digitaal opgeslagen. Voor het digitale tijdperk was het overzichtelijk en (relatief) makkelijk bij te houden wie toegang heeft tot je persoonsgegevens. Deze controle ontglipt het individu steeds meer. Informationele privacy heeft ook betrekking op foto's of video's van een persoon maken. Dit wordt gezien als het vastleggen van persoonsgegevens.

Om het verschil tussen de pre-digitale situatie duidelijk te maken zal ik een voorbeeld gebruiken. Stel, Henk maakt een foto. In de pre-digitale situatie, geeft Henk de foto aan Truus. Truus kan hier een kopie van maken, en die aan Jimmy en Polly geven. Polly geeft haar foto aan Ine. Ine hoeft helemaal geen foto van Henk, en gooit hem weg. Deze keten van personen die allemaal een foto van Henk in bezit hebben, is relatief makkelijk te achterhalen. Je hoeft alleen maar aan iedere schakel te vragen aan wie deze persoon de foto heeft doorgegeven.

In de digitale situatie maakt Henk een foto, en stuurt deze naar Truus. Truus vindt de foto zo mooi, dat ze hem op Facebook zet. De foto van Henk bevindt zich nou op een server, waar miljoenen gebruikers deze foto kan opvragen. Deze gebruikers kunnen de foto op hun harde schijf opslaan, en deze vervolgens weer op een andere server uploaden. Tot op zekere hoogte kan achterhaald worden wie deze foto hebben opgevraagd door middel van IP-tracing. Maar Henk zit met zijn handen in het haar, en heeft geen controle meer over wat er met zijn foto gebeurt.

Afbeelding 3. De verspreiding van de foto van Henk, in de pre-digitale situatie en de digitale situatie
Nederlandse wetgeving
In Nederland bestaat er niet één wet met betrekking tot privacy, maar verschillende die allemaal andere aspecten van privacy regelen (3). Een van de belangrijkste wetten met betrekking tot informationele privacy is de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) uit 2000. Persoonsgegevens worden hierin gedefinieerd als alle gegevens waarmee een persoon geïdentificeerd kan worden. Naast naam en adres horen ook digitale "adressen" tot de persoonsgegevens. Hiertoe behoren bijvoorbeeld email-adres en IP-adres. Ook de eerder genoemde beeldmaterialen als foto's en video's zijn persoonsgegevens, aangezien iemand hierop herkend kan worden. De WBP bepaalt regelgeving met betrekking tot "verwerking van persoonsgegevens". Tot deze verwerking behoren onder andere "het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen, opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van doorzending, verspreiding of enige andere vorm van terbeschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen, alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van persoonsgegevens" (4).

Kort samengevat zijn er vier elementen belangrijk bij het verwerken van persoonsgegevens:
  • Voorafgaande toestemming: de betreffende persoon moet toestemming hebben gegeven voor verwerking
  • Informatieplicht: organisaties moeten betreffende personen laten weten wat ze met hun gegevens zullen doen
  • Correctierecht: personen die in een bestand zijn opgenomen hebben recht hun gegevens in te zien, en indien onjuist of niet ter zake dienend deze te corrigeren
  • Beveiligingsplicht: bedrijven die persoonsgegevens bewaren horen maatregels te nemen om deze data te beschermen
Problematiek
Hoewel veel bedrijven inderdaad hun best doen om persoonlijke gegevens van hun gebruikers te beschermen en om hun gebruikers toestemming te vragen, wordt er alsnog vaak onzorgvuldig met gegevens omgesprongen. Daarbij komt het feit dat er op grote schaal een markt is in persoonsgegevens voor marketing-doeleinden, waar de gebruiker vaak geen weet van heeft. Privacy-verklaringen op websites zijn ondoorzichtig en staan barstensvol met legale termen die voor een leek niet te ontcijferen zijn. De straf op het misbruiken van persoonsinformatie is een boete, die in Nederland opgelegd kan worden door het College Bescherming Persoonsgegevens.

Er wordt door instanties geprobeerd een orde te scheppen in de chaos die het internet heet, is er lang niet genoeg bescherming van persoonsgegevens. Iedereen die een beetje inzicht heeft in het internet, kan aan de hand van een berichtje of bezoekje aan een site, via IP-adres, erachter komen waar deze persoon woont. Via het Telefoonboek kan dan vaak ook nog wel voor- en achternaam ontdekt worden, en dan via een Google cache van voordat deze persoon's Facebook beschermd was, ook nog wel de naam van zijn hond en favoriete supermarkt.

Afbeelding 4. Heartbleed bug logo


Op het moment is de Heartbleed bug actief, waardoor hackers moeiteloos in de gegevens van miljoenen (misschien onderhand wel miljarden) mensen kunnen kijken zonder een spoor achter te laten (5). Deze bug maakt gebruik van een achterdeur in een systeem dat ongeveer 66% van de webservers op het internet gebruiken. Ook hier proberen bedrijven door middel van patches hun gebruikers veilig te stellen, maar het is onduidelijk hoeveel persoonsgegevens niet al gelekt zijn voordat het probleem werd gedetecteerd.

Conclusie
De aard van het internet maakt het bijna onmogelijk om persoonsgegevens afdoende te beschermen. Zelfs personen die hun Facebook profiel beschermen en zo min mogelijk over zichzelf op het internet te zetten, laten sporen achter zoals IP die door kwaadwillenden gebruikt kunnen worden. Aangezien het niet gebruiken van internet niet meer denkbaar is, zal om informationele privacy te waarborgen er een manier gevonden moeten worden om gebruikers onzichtbaarder te maken. Misschien dan maar allemaal browsen in een privévenster, een optie van browsers die het frequentst wordt gebruikt voor het bekijken van porno. Er zijn in ieder geval fundamentele veranderingen nodig om de privacy van de gebruiker op het internet te blijven waarborgen.

Geraadpleegde artikelen:
1. Santa Clara University. What is privacy? Bekeken op 13-04-2014. http://www.scu.edu/ethics/practicing/focusareas/technology/internet/privacy/what-is-privacy.html 
2.  Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Regelgeving aangaande informationele en ruimtelijke privacy. Bekeken op 29-04-2014. http://www.ntvg.nl/publicatie/regelgeving-aangaande-informationele-en-ruimtelijke-privacy/volledig
3. Ius Mentis. Persoonsgegevens op internet. Bekeken op 29-04-2014. http://www.iusmentis.com/maatschappij/privacy/persoonsgegevens/
4. Citaat uit Ius Mentis, paragraaf Verwerking van persoonsgegevens. Persoonsgegevens op internet. Bekeken op 29-04-2014. http://www.iusmentis.com/maatschappij/privacy/persoonsgegevens/
5. Heartbleed. Bekeken op 29-04-2014. http://heartbleed.com/

Afbeeldingen:
1. Celine Frohn, 2014
2. Celine Frohn, 2014
3. Celine Frohn, 2014
4. Codenomicon, 2014. Bron: http://heartbleed.com/

Wednesday, 2 January 2013

Tot Slot

Leerdoelen

Kennis en Inzicht: Ik heb een goed beeld van de semiotiek, zowel doordat ik alle colleges heb gevolgd (behalve één, door ziekte) en ook alle artikelen die op Blackboard zijn gezet heb gelezen. Semiotiek kan heel vaak terug in de lessen, en begrijp ik goed, hetgeen ik duidelijk heb proberen te maken in mijn blog over semiotiek.

Ook de narratologie heb ik een goed beeld van, niet alleen vanuit de cursus Beeldcultuur maar ook door de lessen Interpretatie van Cultuuruitingen waar de narratologie uitvoerig wordt beschreven, ook al is deze meer van toepassing op literatuur. Een hele boel concepten vanuit de literatuur kunnen ook overgedragen worden op beeldcultuur, met toevoeging van in dit geval bijvoorbeeld het element "style".

De hedendaagse beeldcultuur heb ik ook van geproefd, maar dit is een deel waar ik minder kennis van heb dan de pure theorie zoals in de semiotiek en de narratologie. Ik zit heel erg vast in het 1.0 denken, het overzichtelijk willen maken van fenomenen, en dit is bij het nieuwe vertellen vaak onmogelijk. Wel ben ik door de cursus meer na gaan denken over cross-over genres en andere manieren om een verhaal te vertellen. Ik ben wel thuis in een klein aspect van de digitale samenleving, het self-publishen. Hierover heb ik dan ook een blog geschreven.

Toepassen Kennis en Inzicht: Al zeg ik het zelf, ik vind dat ik een aantal fraaie analyses heb gemaakt van beelduitingen. Vooral mijn pragmatische analyse van de film Sucker Punch en mijn syntagmatische analyse van Black Swan ben ik trots op. Normaal heb ik moeite om uitgebreid te beschrijven; wat ook wel te zien is aan mijn uiterst korte samenvattingen van de stof. In mijn analyses zie ik een grote vooruitgang hierin, en ik vind dat ik dit leerdoel ook goed gehaald heb.

Oordeelsvorming: Over oordeelsvorming over cultuuruitingen heb ik een vrij uitgebreide blog geschreven, waarbij ik ook zelf tot een gewogen oordeel kom, kijkend vanuit de auteur, het werk zelf en de kijker. Ik heb goed door dat er verschillende invalshoeken zijn om tot een oordeel te komen, en dat er oneindig veel mogelijke oordelen mogelijk zijn.

Het beoordelen van mijn mede-studenten is bijzonder goed verlopen. Ik heb onder andere ook voor tutoraat een aantal blogs van andere Beeldcultuur studenten van feedback voorzien, en deze personen vonden mijn feedback heel nuttig en goed onderbouwd.

Of ik in staat ben mezelf goed te beoordelen is een paradoxale vraag, aangezien ik om deze vraag te beantwoorden mezelf moet beoordelen, waardoor ik er nog steeds niet achter kom of ik daar dan goed of slecht in ben. Over het algemeen denk ik wel dat ik een goed beeld heb van wat ik goed en slecht doe, maar soms zijn de eisen die ik aan mijn werk stel anders dan de eisen die een ander eraan stelt.

Communicatie: Jammer genoeg heb ik geen presentatie voor de klas kunnen doen omdat ik ziek was. Een alternatief is misschien theorieën aan andere studenten uitleggen? Ik heb bijvoorbeeld de verschillen tussen firstness, secondness en thirdness uitgelegd aan een mede-student die dat niet helemaal snapte, en voor mijn gevoel snapte die persoon het na mijn uitleg een stuk beter. Als een andere soort presentatie kun je ook mijn blog zien. Hierin laat ook ook mijn denkwijze aan mede-leerlingen en de docent zien. Aangezien ik over het algemeen positieve feedback heb gekregen, denk ik dat mijn gedachtegang goed overkomt.

Leervaardigheden: Van de cursus heb voor een groot deel vooral schrijfvaardigheden geleerd door iedere week een blog te schrijven, maar ook het omgaan met leesstof. Ik heb soms voor, maar altijd na een college alle stof doorgenomen die op Blackboard stond, ook al weet ik dat een deel van mijn mede-studenten dit niet nodig vond. Ook heb ik geoefend om beter te kunnen plannen door de wekelijkse deadline.

Voorstel eindcijfer: 8

Evaluatie Cursus

Toen ik aan de cursus begon was het me nogal onduidelijk wat er van ons verwacht werd. De uitleg over de 1.0 en 3.0 situatie leek voor mij geen verband te hebben met het beeld wat ik van beeldcultuur had. In de loop van de cursus werd me dit steeds duidelijker, en toen we begonnen met echt analyses maken van beelduitingen vond ik het een heel leuk vak.

Het enige puntje van kritiek wat ik heb is dat het soms lastig is de les te volgen omdat er nogal van de hak op de tak werd gesprongen. Er is vaak geen duidelijke lijn in de les zelf, ook al wordt er in principe maar één onderwerp wordt besproken worden er soms onderwerpen uit vorige colleges uit het niets bij gehaald, waardoor een nogal verwarrende structuur ontstaat.

Voor de rest heb ik er veel van geleerd, en heb ik Beeldcultuur met plezier gevolgd.

College #13: Nieuwe Vormen van Vertellen

In het gastcollege van Hille van der Kaa (1), geeft zij een aantal voorbeelden van nieuwe vormen van vertellen die mogelijk zijn gemaakt door het digitale tijdperk. Hierbij legt ze de nadruk op transmedia storytelling. Simpel gezegd: een verhaal wat over verschillende media wordt verteld.

Transmedia Storytelling
Lineariteit is uit. Gebruikersparticipatie en zelf het verhaal beïnvloeden zijn de nieuwe kernwoorden. Bij het transmedia storytelling kunnen gebruikers zelf kiezen op wel moment ze in het verhaal stappen (2). Er is geen duidelijk begin of einde meer, en ook de loop van het verhaal kan vaak door de gebruikers worden beïnvloed. Transmedia storytelling moet niet verward worden met crossmedia storytelling; bij crossmedia worden slechts meerdere kanalen gebruikt om hetzelfde verhaal over te brengen. Denk hierbij aan een film die je zowel op je tv als op je computerscherm kunt bekijken. Dit verandert het product, de film, niet (hoewel men hier over kan discussiëren). Bij transmedia storytelling zijn de ervaringen over de verschillende kanalen ook daadwerkelijk verschillend.

Bijvoorbeeld: Disney
Misschien wel een van de grootste gebruikers van transmedia storytelling is Disney. Disney verspreidt al zijn verhalen over tv, games, en zelfs in de werkelijkheid door pretparken zoals Disneyland Parijs. Zo werken in de game Kingdom Hearts een aantal Disney karakters als Mickey Mouse en Goofy samen met karakters uit compleet andere universa zoals Aerith en Yuffie uit Final Fantasy VII (3). De verschillende media vertellen verschillende verhalen over de karakters. Zo zullen de avonturen die Mickey en Goofy in Kingdom Hearts meemaken niet in de films of series verschijnen, wat het geval zou zijn bij crossmedia storytelling.

Waarheid raakt zoek
Doordat er steeds meer media worden betrokken bij een verhaal en deze vaak ook in de echte wereld overlopen, wordt de grens tussen werkelijkheid en fictie steeds vaker overstreden. Denk bijvoorbeeld aan de donorshow van BNN, waarbij het publiek wijs werd gemaakt dat een vrouw haar nier aan een van de drie doodzieke kandidaten ging doneren (4). Dit was een stunt voor het goede doel, waarbij ook snel werd uitgelegd dat er sprake was van doorgestoken kaart. Er worden echter steeds meer van dit soort media-stunts uit gehaald puur voor het amusement van mensen, als een soort levensecht spel waarin je zelf een rol kan spelen en het spel kan beïnvloeden. De vraag is dan waar de grens ligt. Hoe ver kunnen we gaan? Als we dit soort spellen met de waarheid toestaan, hoe lang nog totdat we niet eens meer het nieuws of de krant kunnen vertrouwen, slechts weer een publiciteitsstunt verwachtende?

Bronnenlijst:

1. Universiteit Tilburg, Beeldcultuur, 3 december 2012
2. Van der Kaa, Hille. Transmedia storytelling: trend of tool? Bekeken op 05-01-13 http://www.frankwatching.com/archive/2009/06/15/transmedia-storytelling-trend-of-tool/
3. Kingdom Hearts. Bekeken op 05-01-13 http://www.kingdom-hearts.com/nl/index.html
4. NOS. BNN Donorshow Nep. Bekeken op 05-01-13 http://nos.nl/artikel/62473-bnn-donorshow-nep.html

Sunday, 2 December 2012

College #12: Beeldcultuur in een Digitale Samenleving

Net zoals de samenleving verandert, verandert ook de vorm van culturele uitingen. Er komen steeds meer grensoverschrijdende en interactieve initiatieven die de vroegere lineaire uitingen vervangen. In deze blog zal ik deze trend beschrijven, en de gevolgen hiervan voor een markt die mij heel erg interesseert: de boekenwereld.

Van toen (1)
Tot nu toe waren vertellingen altijd lineair. Dit past ook bij het mechanistische wereldbeeld van na de Verlichting: alles wordt hiërarchisch geordend, alle verbanden zijn oorzaak-gevolg. In een film zijn er nooit scenes die niets met de plot te maken hebben - alles wordt gedaan met een doel. Iedere scene volgt logisch op de vorige, zowel temporeel als ruimtelijk en vaak ook associatief. Theorieën zoals die van Bordwell (zie blog College #7 + #8: Syntagmatische Analyse) werken heel goed op deze logisch opgebouwde uitingen.

Naar nu
In de digitale samenleving is interactie het kernwoord. Dit past in het postmodernisme, wat er vanuit gaat dat wij nooit "de werkelijkheid" zien zoals hij is, en dat we altijd de wereld slechts zien door overgebrachte beelden (2). Postmodernisten wijzen concepten als "de waarheid" en "het onafhankelijke onderwerp" af. We moeten dus ook niet de wereld bekijken door de oorzaak-gevolg bril van het mechanistische wereldbeeld, want dat causale verband verzinnen wij, en is niet in de natuur aanwezig. Dit is in navolging van de filosofie van Hume, die als empirist verklaarde dat causaliteit in de natuur niet te zien is. Vooral op het internet zijn er talloze postmodern geïnspireerde initiatieven: denk bijvoorbeeld aan het invloedrijke Youtube, waar iedereen alles wat hij maar wil kan uploaden. Er is dan geen sprake meer van een hiërarchische rangschikking of een autoriteit die top-down beslissingen maakt.

In de boekenwereld: self-publishing
Met de komst van ebooks en ereaders, wordt het concept boek steeds breder. Het is niet meer slechts een papieren bundel, het is een medium wat altijd en overal op een computerchip meegedragen kan worden. Hoewel traditionele Amerikaanse uitgeverijen (de Nederlandse lopen wat dat betreft nogal achter) al voor een heel groot deel hun catalogus hebben gedigitaliseerd, is er aardig wat kritiek over de kosten van ebooks (3). Ze zijn vaak even duur of zelfs duurder als een fysiek boek.


Tientallen schrijvers zagen hun kans om de traditionele uitgeverijen te omzeilen, en om zelf hun boek te publiceren met behulp van het internet. Dit is onderhand enkele jaren geleden; het resultaat liegt er niet om. Op de website Smashwords (4), een initiatief waar je gratis je boek kunt uploaden en verkopen (door boek-giganten als Amazon en Barnes & Noble) zijn onderhand al 123557 (5) werken gepubliceerd. Dit getal bevat zowel hele korte verhalen van niet meer dan een bladzijde lang als epische werken van meer dan 100.000 woorden.

Self-publishing leek de ideale weg voor beginnende schrijvers om hun brood mee te verdienen. Je hebt geen kapitaal nodig, geen contacten. Je hebt geen baas, niemand die je vertelt wat je moet schrijven of hoe. De harde werkelijkheid is echter dat de gemiddelde self-published schrijver nooit genoeg zal verdienen om zijn vaste lasten mee te kunnen betalen (6).

De realiteit
Hoewel self-publishing een levensvatbaar alternatief is, zal het niet binnenkort de volledige boekenmarkt overnemen zoals velen dachten. Het vraagt een hele berg tijd en doorzettingsvermogen van de auteur. Hij moet zelf een editor zoeken, zelf voor zijn boek lobbyen, zelf een cover artiest vinden, zelf zijn werk promoten en zelf zijn financiën regelen. Voor veel auteurs is dit te veel gevraagd, en die lopen dan ook bijna onmiddellijk vast. Vervelender voor de consument is echter dat een groot aantal auteurs niet de tijd en het geld besteden aan een goede editor. Dit zorgt voor boeken die vol zitten met spelfouten, grammaticale fouten, zinnen die niet lopen, zinnen die halverwege ophouden of het feit dat de hoofdpersoon halverwege een andere naam krijgt.

Gebeurt dat allemaal echt? Als lezer van een groot aantal self-published boeken kan ik uit ervaring zeggen, dat gebeurt echt. Net zoals vele andere lezers ben ik erg afgeknapt op de gruwelijke kwaliteit van self-published boeken. Voor elk goed ge-edit boek zijn er honderd die dat niet zijn. Omdat iedereen een boek kan publiceren, is er geen kwaliteitscontrole meer die het kaf van het koren scheidt. Ik persoonlijk heb uiteindelijk de keuze gemaakt geen self-published boeken meer te lezen, tenzij ze worden aangeraden door een selecte groep van mensen.


Bronnenlijst:

1. Geïnspireerd door het college Beeldcultuur, Universiteit Tilburg
2. Heartney, Postmodernisme (2001)
3. Bekeken op 02-12-12 Mail Online: How a third of bestselling ebooks cost MORE than the same title in hardback http://www.dailymail.co.uk/sciencetech/article-2211022/How-bestselling-ebooks-cost-MORE-title-hardback.html
4. Bekeken op 02-12-12 https://www.smashwords.com/
5. Berekend op 02-12-12 16:08 GMT
6. Bekeken op 02-12-12 The Atlantic: The Cruel Paradox of Self-Publishing http://www.theatlantic.com/business/archive/2012/09/the-cruel-paradox-of-self-publishing/261912/

Monday, 26 November 2012

College #11: Beeld en Werkelijkheid

Aangezien de huidige generatie opgegroeid is met een beeldcultuur, denken we vrijwel niet meer na over de relatie tussen het beeld en de werkelijkheid. Voor ons is het bijna vanzelfsprekend; jongeren zien vrijwel meteen als een foto of een beeld bewerkt is. We denken nauwelijks meer bewust na over of dat wat weergegeven wordt wel een ware afbeelding is van de werkelijkheid. Toch is dit een zeer interessant concept om te onderzoeken. Zo komt er bijvoorbeeld de vraag op: kunnen we ooit de werkelijkheid op een beeld vangen?

Drie situaties (1)(2)
  1. Representatief; het beeld is representatief voor de werkelijkheid en leidt tot een interpretatie, ook wel de "normale" situatie
  2. Interactief; het beeld beïnvloedt de werkelijkheid, dit komt vaker voor in de journalistiek
  3. Onvoorstelbaarheid/onbeslisbaarheid; de werkelijkheid is niet af te beelden of het is niet duidelijk of er sprake is van beeld of werkelijkheid
In een artikel door Van Driel en Coumans (2005) worden deze drie perspectieven uitgelegd aan de hand van Auschwitz en de Tweede Wereldoorlog. Zij gebruiken hierbij het semiotische schema wat al vaker is teruggekomen. Ik heb de situaties hieronder samengevat.


Deze theorie van verhoudingen tussen beeld en werkelijkheid hebben een duidelijk kenmerk: men gaat ervan uit dat er zoiets als dé werkelijkheid bestaat die al dan niet waarheidsgetrouw kan worden afgebeeld. Hoewel door een aantal filosofen het bestaan van een enkele werkelijkheid ontkend wordt, neemt dat niet weg dat dit model in de praktijk prima te gebruiken is. We kunnen het er namelijk wel over eens worden dat als ik een konijn op een foto van een vliegtuig photoshop, dat deze foto niet meer representatief is voor de werkelijkheid.

Werkelijkheid in Closure
Een spel dat op een innovatieve manier met de werkelijkheid omgaat is het indie-spel Closure (3). Om een algemeen idee van het spel te geven heb ik de trailer hieronder toegevoegd.


In Closure ben je een poppetje (er zijn verschillende karakters die in de loop van het spel gespeeld kunnen worden) en beweeg je je door een zwart-wit wereld. Het doel van het spel is om door de werelden heen te gaan en met sleutels deuren te openen. Om dit te doen moet je puzzels oplossen met behulp van licht.

Het leuke aan Closure is dat als iets niet belicht wordt, het niet bestaat. Als je net met je lampje over een solide vloer liep, val je in een zwart gat als je je lampje bent vergeten. Wat een ondoordringbare muur lijkt, kun je doorheen springen als je er niet op schijnt. Een van de meest onnatuurlijke ervaringen voor een gamer is als een lamp door een muur omhoog gaat, waardoor je bovenop het bewegende spotlight kunt gaan staan en zo technisch gezien in de muur staat. Alleen doordat de rest van de muur niet belicht is, wordt deze in Closure niet gezien als bestaande.

Het is interessant te zien dat zelf in een spel men een bepaalde verwachting heeft van werkelijkheid, ook al hoeft een spel zich helemaal niet te houden aan de restricties van natuurwetten en tijd en ruimte zoals wij die kennen. Toen ik Closure voor het eerst speelde ben ik een groot aantal keer door de vloer gevallen omdat voor mijn gevoel de vloer er was ook al zag ik hem niet. Het duurde toch wel een paar levels voor ik door had hoe de regels van het spel werkten, en het zorgde zeker voor een hele nieuwe puzzel-ervaring.

Bronnenlijst:

1. Gebaseerd op Van Driel & Coumans, Het onvoorstelbare. De werkelijkheid van het beeld (2005)
2. College Beeldcultuur, Universiteit Tilburg
3. Closure, Eyebrow Interactive. Bekeken op 06-01-13 http://closuregame.com/

Friday, 2 November 2012

College #9 + #10: Pragmatische Analyse

In de afgelopen blogs heb ik bekeken op wat voor manieren je een beelduiting kan interpreteren (de paradigmatische en de syntagmatische analyse). Hierbij heb ik me niet beziggehouden met de validiteit van interpretaties: mogen we alles concluderen vanuit onze analyses, of zijn hier toch regels aan gebonden? Zijn alle interpretaties legitiem?

Drie visies op interpreteren
Op het interpreteren van beelduitingen (en ook andere culturele uitingen zoals boeken en muziek) zijn drie visies mogelijk (1). Er kan gekeken worden vanaf:
  • de auteur
  • het werk zelf
  • de kijker
Voor alle drie deze visies zijn er zowel voor- als tegenargumenten. Over welke visie gehanteerd moet worden is een aanhoudende discussie in de kunstwetenschap. Hieronder zal ik de argumenten voor en tegen bespreken van alle drie de visies, en vervolgens mijn eigen kijk op het probleem uiteenzetten.

De auteur
> Kern: Een uiting kan slechts ideologieën en boodschappen bevatten die de auteur hier bewust in heeft gezet. De uiting betekent slechts wat de schrijver ermee bedoelt.
> Voor: Perkt de interpretatie-vrijheid (ook wel de keuzeruimte genoemd) in. Om er achter te komen wat een schilderij betekent hoeven we dat slechts de kunstenaar te vragen. Ook worden anachronistische (niet bij de tijd van de kunstenaar passende) en andere onlogische interpretaties tegen gegaan.
> Tegen: De auteur is niet altijd bekend, of al onderhand overleden. We zullen dan nooit met zekerheid kunnen zeggen wat hij met zijn werk bedoeld heeft. Ook komt het vaker voor dat de auteur zich er helemaal niet over uit wil laten wat hij met zijn werk bedoelt.

Het werk
> Kern: Alle interpretaties moeten een grond in de uiting hebben. Een interpretatie is pas valide als hij verklaard kan worden vanuit de film zelf.
> Voor: Gevoelsmatig is dit een zeer valide oplossing. Het geeft een grotere keuzeruimte dan wanneer er uit gegaan wordt van de auteur, maar toch zijn niet álle interpretaties correct. Des te meer ze ondersteund worden met bewijs uit de tekst/film, des te sterker de interpretatie lijkt.
> Tegen: Er is geen plaats om ook invloeden die buiten het werk liggen mee te nemen. Zijn er bijvoorbeeld bepaalde ideeën die terug komen binnen het oeuvre van een schrijver? Deze worden niet meegenomen in een interpretatie waar slechts het werk centraal staat. Ook de tijd waarin het is gemaakt wordt geen rekening mee gehouden,

De kijker
> Kern: Alle interpretaties zijn valide. De kijker beslist zelf wat hij in een film ziet.
> Voor: We zien allen slechts een afspiegeling van de wereld. Er is geen één waarheid voor zover we die kunnen zien, dus waarom zou die er in de kunst wel zijn?
> Tegen: Geeft nogal rare complicaties: we kunnen marxistische ideeën projecteren op Griekse kunst en andere anachronismen. Ook geeft het geen enkele houvast: als alles mag, spreken we dan nog wel van een wetenschap?

Analyse van Sucker Punch
Om deze drie manieren van interpreteren te illustreren, heb ik de film Sucker Punch (2011) van regisseur Zack Snyder gekozen. Deze film is over het algemeen slecht ontvangen door critici. Vooral Snyder's weergave van de vrouwelijke hoofdpersonen in de film wordt bekritiseerd (2). Het leek mij interessant deze omstreden film vanuit verschillende visies te bekijken.


Sucker Punch vertelt het verhaal van een jonge vrouw die in een inrichting wordt opgenomen nadat haar stiefvader haar moeder en zusje vermoordt. Hier heeft ze fantasieën waarin ze tegen robots en draken vecht samen met andere patiënten, die uiteindelijk tot haar ontsnapping zouden moeten leiden. Voor de mensen die de film nog graag willen zien zal ik niet verder op de plot ingaan.

Over de bedoeling van zijn film is Zack Snyder in interviews nogal mysterieus. Zo verwijst hij naar de titel van de film, die "onverwachte klap of stoot" betekent als de belichaming van zijn doel (3). Hij probeert de kijker te verwarren, te shockeren: "I think sucker punch sums it up for me. Look, literally it’s like a mechanism in the film that kind of brings us back into reality I think". Voor hem is Sucker Punch open voor eigen interpretatie, maar wil hij vooral een film maken die voor fans die van actie houden aantrekkelijk is. Over de sexy geklede hoofdpersonen zegt hij het volgende: "When we see the action in the movie and the lights go down, the leering men sitting in a dark theater find girls that dress sexy and gyrate, and in my case that are gyrating with machine guns, that’s us!". Hiermee zegt hij dus eigenlijk zelf ook schuldig te zijn aan het objectiveren en het zien van de vrouwelijke hoofdpersonages als seks-objecten. Voor hem is niet het feit dat ze schaars gekleed zijn aantrekkelijk, maar het feit dat ze in het rond schieten en vechten. Hierbij valt af te vragen of dit niet even seksistisch is als het gluren van de mannen in het bordeel.


Een aantal elementen uit de film zelf vielen me op. Op de eerste plaats het overduidelijke thema van mannelijke oppressie. De hoofdpersonen worden in prostitutie gedwongen, en zelfs de strenge Russische danslerares is bezit van de eigenaar. Zo dragen ze dus de gehele film nauwelijks meer dan ondergoed. Opvallend is echter dat ze in de fantasiewereld van de hoofdpersoon niet meer bedekt zijn, maar nog steeds in korte rokjes en corsetten tegen monsters vechten.


Mij lijkt dat personen die uit een bordeel proberen te ontsnappen zich in hun fantasie graag zouden willen ontdoen van hun "stage persona". Het feit dat ze eigenlijk alleen nog meer op-gesekst worden laat mij denken dat dit misschien toch niet het opstand-verhaal is wat het op het eerste gezicht lijkt te zijn. Zelfs terwijl de hoofdpersonen proberen te ontsnappen blijven ze hangen in hun oude rol; dat van niet meer dan een lichaam. Dit wordt nog eens benadrukt door het feit dat er nauwelijks wordt gesproken over de verhalen van de meisjes. Ze zijn slechts een prostituee, niet meer. Ze hebben geen verleden, geen familie, geen verhaal. Een ander opvallend motief is het feit dat ze altijd tegen niet-menselijke vijanden vechten. Ze verslaan draken, droids en automatons, maar geen menselijke wezens. Slechts de grote baas, de leider van het leger, is in sommige fantasieën menselijk, maar dan alleen als afspiegeling van een persoon uit de werkelijkheid van het bordeel.

Vanuit de kijker zijn de interpretaties van Sucker Punch bijna eindeloos. Zo kun je de film bekijken als positief tegenover feminisme en als een revolutie van vrouwen tegen hun onderdrukker. Voor het tegendeel zijn ook argumenten: de hoofdpersonen blijven als seksobject weergegeven. De film kan ook als antinazistisch gezien worden, of juist als een film die geweld verheerlijkt. Ook kunnen parallellen getrokken worden met video games.

Mijn eigen interpretatie ligt tussen die van die vanuit de auteur en de film zelf in. Regisseur Zack Snyder probeert zijn film meer diepgang te geven dan de film daadwerkelijk verdient. Zoals hij zelf ook zegt gaat het eigenlijk alleen maar over een stelletje aantrekkelijke vrouwen die als in een computerspel tegen monsters vechten. Sucker Punch is een verhaal in een verhaal in een verhaal, wat een zeer interessant concept is, maar doordat er zo veel aandacht wordt besteed aan actie is er nauwelijks ruimte voor diepgang. Het verhaal van de meisjes is nauwelijks confronterend doordat ze eigenlijk niet meer zijn dan poppen die het verhaal doorlopen. Ze hebben geen persoonlijkheid, waardoor het de kijker vrij weinig uitmaakt wat er met ze gebeurt. Sucker Punch is niet meer dan hersenloos entertainment. Ik sluit me wat het feministisch element van de film aan bij het artikel van Moviefone. Zoals de schrijver van dat artikel raak opmerkt: "It's ridiculous to think that either girl would fantasize herself as a sexpot asskicker once imprisoned and forced into prostitution.


Bronnenlijst:

1. Van Driel, 2008-2
2. Moviefone: Girls on Film: Faux Feminism in 'Sucker Punch' http://blog.moviefone.com/2011/03/28/faux-feminism-in-sucker-punch/ bekeken 11-11-12
3. ComicBookMovie: Zack Snyder Explains the Meaning of Sucker Punch http://www.comicbookmovie.com/fansites/BrentSprecher/news/?a=33931 bekeken 11-11-12

Sunday, 21 October 2012

College # 7 + #8: Syntagmatische Analyse

Als je een verhaal hebt beschreven in zijn elementaire onderdelen zoals dat wordt gedaan bij de paradigmatische analyse, ga je een stap verder: het analyseren van het verhaal. Het verschil tussen verhaal en plot wordt onder de loep genomen bij de syntagmatische analyse (syntagma is het Griekse woord voor "rangschikking").

Fabel en sujet
Bij iedere soort verhalende cultuuruiting (films, series, proza, verhalende poëzie) valt er een fabel en een sujet te onderscheiden (1). Ook wel fabula en syuzhet naar de Russische oorsprong van de thermen genoemd maken kunnen we met deze twee woorden een verhaal opsplitsen in twee elementen: het chronologische verhaal (fabel) en de manier waarop dit verhaal is weergegeven (sujet) (2). Deze onderverdeling stamt uit de narratologie, een tekstbenadering die de vertelwijze van verhalen bestudeert.

Bordwell: drie vertelwijzen
Bij het medium film is er nog een derde element te onderscheiden: de style (3). Waar het sujet de inhoud vormt, is de style de vorm waarin deze inhoud gepresenteerd word. Denk hierbij aan de technieken die gebruikt worden, de cameraposities, de instrumenten. Op de basis van fabel, sujet en style definieerde Bordwell (1985) drie vertelwijzen:
  • Klassieke vertelwijze: nadruk op de fabel (passend bij een mechanistisch wereldbeeld)
  • Art vertelwijze: nadruk op het sujet (passend bij een postmodern wereldbeeld)
  • Parametrische vertelwijze: nadruk op de style (passend bij vorm-experimenten)
Al deze vertelwijzen bevatten alle drie de elementen van fabel, sujet en style, maar hierbij is één zeer dominant over de anderen. Uiteraard bestaan er ook mengvormen waarbij het niet met duidelijkheid is te zeggen bij elke vertelwijze dit verhaal hoort. Als we terugkijken naar de film Black Swan (2010, Darren Aronofsky) is het lastig te bepalen of dit nou een klassiek verteld verhaal is of misschien toch richting art neigt: hoewel het verhaal chronologisch is verteld, is wat we zien niet betrouwbaar door de gekte van de hoofdpersoon. We zouden dus kunnen concluderen dat Black Swan een soort van mengvorm is van de klassieke en art vertelwijze.


De klassieke tegenover de art vertelwijze
Bij de klassieke vertelvorm is er altijd een duidelijke volgorde in het verhaal. Het begint altijd met een expositie (de introductie van de situatie, de personages en de omgeving), een plotpoint (het "probleem"), verwikkelingen (de situatie wordt steeds slechter, de hoop lijkt verloren), het tweede plotpoint (het begin van het einde), de climax (het probleem wordt al dan niet opgelost) en de afloop (meestal een "happy every after" (4). De nadruk in de klassieke vertelwijze ligt op het sujet, waarbij alle gebeurtenissen een oorzakelijk verband met elkaar hebben. Het draait bij de klassieke vertelwijze dan ook vooral om de gebeurtenissen van het verhaal, en niet de gedachten van de hoofdpersonen.

Dit is in tegenstelling tot de art vertelwijze, waarbij de input van de kijker en zijn constructie van het fabel centraal staat. De nadruk ligt op de motivaties en gevoelens van de hoofdpersoon. De gebeurtenissen in het verhaal zijn slechts ter illustratie van deze motivaties en gevoelens. Het achterliggende wereldbeeld is een die recht tegenover het causale wereldbeeld van de klassieke film ligt. Dit post-moderne wereldbeeld gaat ervan uit dat de wereld gebaseerd is op toeval en irrationaliteit, en drukt dit uit in films door een spanning te creeëren tussen het kunstwerk en de realiteit. Dit kan onder andere door de kijker er uitdrukkelijk van bewust te maken dat hij naar een film kijkt, in tegenstelling tot de klassieke film waarbij men het verhaal zo "natuurlijk" mogelijk probeert weer te geven.

De mengvorm van Black Swan
Als we dan terug gaan kijken naar welke elementen van de klassieke en de art vertelwijze in Black Swan terug komen, valt het volgende op. Het verhaal volgt voor een deel de klassieke vertelwijze: allereerst ontmoeten we Nina en haar omgeving (expositie) en komen we bij het eerste plotpoint (ze wil de hoofdrol van het Zwanenmeer dansen). De film eindigt uiteindelijk met de eerste show die ze als hoofdballerina danst (climax). Tussen deze elementen is echter wat vreemds aan de hand; alle veronderstellingen die worden opgeroepen in het eerste deel van het verhaal worden aan de kant geschoven. De film lijkt op eerste gezicht te gaan over een ballerina die ervoor moet strijden om de hoofdrol te krijgen - de hoofdrol krijgt ze echter vrijwel meteen. Dan lijkt het alsof een van haar medespeelsters deze hoofdrol af probeert te pakken, maar later in de film wordt het weer onzeker of dit wel echt zo is. Dit is een typisch kenmerk van de art film; de hypotheses die het verhaal opwekken (door onze klassieke opvoeding) worden continu verworpen, waardoor de film de kijker geen houvast biedt.



Een ander kenmerk wat wijst op een art vertelwijze zijn de onbetrouwbare scenes. Er zijn meerdere scenes in Black Swan die geen duidelijke chronologie aanduiden. Misschien zijn ze chronologisch, maar misschien ook niet. Een belangrijkere vraag is nog wel: zijn deze scenes daadwerkelijk gebeurd? Vooral richting de climax zijn er twee verschillende versies van een bepaalde gebeurtenis, en het wordt volledig in het midden gelaten welke van deze twee de werkelijke gebeurtenis weergeven. Of misschien is er wel iets helemaal anders gebeurd en zijn ze alletwee onbetrouwbaar?

De manier waarop de film is gefilmd draagt in de meeste scenes de klassieke kenmerken. Hoewel er in de dansscenes vaak gebruik wordt gemaakt van lange shots (zoals in de scene die ik voor de paradigmatische analyse heb gebruikt) is het overgrote deel van de film gefilmd volgens conventies van de klassieke vertelwijze. Shots worden op een voorspelbare wijze afgewisseld en ook vanuit een natuurlijke camerapositie opgenomen.

Conclusie
Black Swan is dus ruw gezegd een art film met een klassiek jasje. Hij vervreemdt door middel van de inhoud van de film, maar stelt de kijker gerust de klassieke camera-conventies te respecteren. De film lijkt op het eerste gezicht een klassieke thriller, maar hoe verder je in de film komt des te bizzarrer dat hij wordt. Ik denk dat het grote success van deze film ook mede is bepaald door het feit dat hij art en klassiek op een natuurlijke wijze met elkaar verwerkt. Een pure art film wordt vaak gezien als saai en langdradig, en een pure klassieke film is vaak voorspelbaar. Door deze twee vormen met elkaar te mengen ontstaat er een geheel dat voor een spannende en onvoorspelbare mix zorgt, die veel mensen aan lijkt te spreken. Ik denk dan ook dat de toekomst van de film niet in het pure post-moderne ligt, maar juist in een mengvorm van alle stijlen.


Bronnenlijst:

1. College Beeldcultuur, Universiteit van Tilburg
2. Brooks, P. (2002). Narrative Desire. Narrative Dynamics: Essays in Time, Plot, Closure, and Frames.
3. Bordwell, D. (1985). Narration in the fiction film. University of Wisconsin Press.
4. Van Driel (1991), naar Bordwell (1985)